Overdenking

Op deze pagina staat een overdenking die we met toestemming verkregen hebben om in het kwartaalblad van de kerk te publiceren. De meeste overdenkingen komen uit het tijdschrift Het Zoeklicht. De onderwerpen van de overdenking wisselen. Voorgaande overdenkingen kunt u bij de overdenkingen sectie terugvinden.

“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.” (Gal.2:20 NBG51)

Aan het kruis heeft Christus die vloek gedragen. Door het geloof worden we in relatie gesteld met dit eenmalige gebeuren. Christus is niet alleen voor jouw zonden gestorven, maar jij bent met Christus gestorven. Daardoor is ons oude ‘ik’ definitief onttroond en is er een nieuw ‘ik’ opgestaan. Het leven dat dit ‘ik’ heeft, ontvangt het geheel en al van Christus. De relatie met Hem ligt ‘in het geloof’ en wordt getypeerd als een leven ‘in Christus’, Gal.3:26,28; Rom.6:11; 2Kor.5:17 en hier zelfs andersom als een leven van ‘Christus in mij’. Dit vers geeft dus de Bijbelse identiteit en positie van een christen aan. Het bestaan van een gelovige wordt niet door zijn eigen ik, maar door Christus bepaald, door het door Zijn kruisdood en opstanding nieuw tot stand gekomen leven. Dat levert een spanning op: enerzijds nog ‘in het vlees’, in het sterfelijke lichaam te leven, en anderzijds reeds in het geloof verbonden te zijn met de Zoon van God en het leven dat met Hem verborgen is in God (Kol.3:3). Paulus’ leven, is nog doorvlochten met aanvechtingen en met vallen in zonde en met moeite en verdriet. Dat kan soms loodzwaar op je drukken. Dat weet u. Maar ik houd het uit, zegt Paulus, door het geloof in de Zoon van God. Want door dat geloof leeft Hij in mij. Via dat geloof is Hij aanwezig en blijft Hij bij me midden in de gebrokenheid en moeiten van dit aardse bestaan.

In heel persoonlijke woorden wijst Paulus op de liefde van Christus in Zijn Zelfovergave voor mij, die geen andere is dan de liefde van God die Zijn Zoon heeft overgegeven. Het staat er heus. Hij heeft mij liefgehad. Mij, miserabele zondaar, die het er telkens weer bij laat zitten. Mij, met al mijn zorgen, moeiten en tekorten. Hij heeft zich voor mij overgegeven. Niet alleen voor Jan en Piet en Klaas en de wereld in het algemeen. Dat is ook wel waar. Maar Paulus. zegt het heel persoonlijk: Christus, de Zoon van God, heeft zich overgegeven voor mij. Jezus Christus werd voor mij op Golgotha, net buiten Jeruzalem, tussen twee misdadigers aan een ruwhouten kruis geslagen. De Zoon van God daalde voor mij neer uit de hemel en … ‘heeft Zichzelf (voor mij) vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood’ (Filipp.2:8). Voor mij liet de Here Jezus een doornenkroon op zijn hoofd zetten. Voor mij liet Hij zich door mensen bespugen. Voor mij keerde Hij zijn wang toe en liet Hij zijn baardharen uittrekken. Voor mij liet Hij zijn rug geselen. Voor mij liet Hij zich met een speer in zijn zij steken. Voor mij liet Hij zijn handen en voeten vastspijkeren. Voor mij gaf Hij zijn bloed. Jezus Christus – die stierf in mijn plaats en mijn zonden op dat kruis droeg – is Gods liefde in actie.

Als je dat op je laat inwerken, duizelt het je. Want laten we eerlijk zijn: zulke geweldige mensen zijn we niet. Christus kent ons van heel dichtbij. We blijven ver beneden Gods maat. En toch, ondanks dat, heeft Hij ieder van ons liefgehad, ieder van ons persoonlijk en zich voor ons overgegeven.

Hoe moet je je dat nu voorstellen, dat Christus in je leeft? Ds. M.R. van den Berg schreef: “Het is misschien het beste te verduidelijken met het beeld van een vrouw tijdens de oorlog. Haar man bevindt zich in een concentratiekamp. Maar zij is met haar gedachten voortdurend bij hem. Ze praat over hem met haar kinderen. Ze schrijft hem brieven. Ze stuurt hem pakjes, die met zorg en liefde zijn samengesteld. Als ze in bed ligt, denkt ze aan hem en voert in gedachten soms hele gesprekken met hem. Ze droomt van hem en bidt voor hem. En als ze iets koopt of een beslissing moet nemen, vraagt ze zich af: wat zou hij ervan vinden? Kortom: die man leeft in die vrouw. Lichamelijk is hij ver weg en onbereikbaar voor haar. Maar toch is hij reëel aanwezig in haar leven. Op die manier leeft Christus in ons. Zijn leven heeft bezit van ons genomen. Hij doortrekt heel ons bestaan, onze gedachten en ons optreden. Hij is ons leven.”

Maar ‘Christus leeft in mij’ betekent méér. De wereld kent het begrip zelfontplooiing. Ook het christelijk geloofsleven kent ontplooiing van de van God gegeven gaven en mogelijkheden; maar dat is dan niet zelfontplooiing, maar ontplooiing van het nieuwe leven in ons: ‘ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij’. Ontplooiing in het geloofsleven, in de kracht van de Heilige Geest, betekent juist dat het eigen ik steeds minder zal tellen, en dat het hart steeds meer gericht wordt op de dienst aan en verheerlijking van God en van Christus, en op de zichzelf wegcijferende dienst aan de naaste. Het is niet voldoende om te proberen Christus zo veel mogelijk na te volgen. Ook niet om anderen te herinneren aan het bestaan van Jezus. Zelfs is het niet genoeg om je te laten bezielen door de woorden en daden van de Here Jezus. Nee, de geestelijke manier van leven doet een veel drastischer beroep op ons: te leven als de levende Christus, hier en nu, altijd en overal. Het uiteindelijke doel van een echt geestelijk leven is op Christus te lijken. We kunnen heel toegewijd van alles doen voor God. Maar het gaat er niet om wat jij voor God doet, maar juist wat Christus in jou en door jou wil doen. Wat we ook doen is waardeloos als Hij er geen positie als regisseur in bekleedt. Alleen Hij kan het tot een succes maken. Het is zijn kracht die onze gewoonten onder controle houdt, ons in staat stelt Hem te dienen en ons corrigeert en leidt.

Kees Langendijk